Geschiedenis van de mannelijke tak:
Reguliere Kanunniken van het Heilig Graf

De geschiedenis van het Kapittel van het Heilig Graf gaat terug tot 1099, toen hertog Godfried van Bouillon twintig leden van de clerus tot kanunniken van het Heilig Graf benoemden. Zij werden belast met de verzorging van de liturgie in de H.Grafkerk, en met de zielzorg voor de vele pelgrims die naar de Kerk van het Heilig Graf pelgrimeerden. Patriarch Arnulf van Choques legde in 1114 de kanunniken de Regel van Augustinus op, waardoor zij zich verplichtten tot een gemeenschappelijk leven in gehoorzaamheid, armoede en kuisheid. Geleidelijk werd ook een netwerk van elders gevestigde nederzettingen opgebouwd zodat gelovigen, die geen bezoek konden brengen aan het Heilig Land, toch de mogelijkheid hadden om een "Klein Jeruzalem" dichter bij huis aan te doen. In alle priorijen van de Orde werd een Heilig Graf nagebouwd, en hier konden pelgrims ook vergeving van zonden verkrijgen. Eind 12e eeuw was de Orde van het Heilig Graf verspreid over grote delen van Europa. Revolutie en secularisatie in de 18e en 19e eeuw maakten een einde aan het reguliere leven van de kanunniken in Frankrijk, Spanje, Polen, Hongarije, Bohemen, Savoye en de toenmalige Spaanse Nederlanden. De laatste kanunnik van het Heilig Graf stierf in Polen in 1874. In de 16e eeuw waren reeds de kapittels in Duitsland, Engeland en de noordelijke Nederlanden opgeheven, ten gevolge van de Reformatie.