Kerkblad nr. 182 19 april 2010
'God roept een mens tot leven … '
Het ‘Alleluia’ van de Paasnacht klinkt nog de hele Paastijd door. Die nacht zijn wij samen door het donker, de nacht van de schepping, getrokken. En als het morgen wordt, klinkt een stem: ‘Vreest niet, ge zoekt Jezus de Gekruisigde, Hij is verrezen zoals Hij gezegd heeft’. Het hele Nieuwe Testament staat er vol van: God heeft Jezus, dóór lijden en sterven heen, vastgehouden en opgewekt tot volheid van leven. De Verrezene is de nieuwe schepping onder ons. In de verschijningsverhalen van Jezus aan de leerlingen, zien wij hoe Hij altijd bij hen is. Maar Hij wordt pas herkend door Maria in de tuin, door Thomas, Petrus, de Emmausgangers en de andere leerlingen, als zij door Jezus bij hun naam geroepen worden. Als Hij zich onthult door zijn woord.
Ook wij worden, zoals de leerlingen, geroepen en gezonden in Gods naam. God heeft mensen nodig om zijn Naam ‘Ik ben er voor jou’ waar te maken. Dat is de grote betekenis van Jezus’ leven, maar eigenlijk van ieder mensenleven.
vervolg....>>>> |
|
Met de Godsnaam ‘Ik ben, die is’, laat de evangelist Johannes tot zeven- maal toe, Jezus met de woorden ‘Ik ben’ aanduiden hoe de leerlingen over Jezus dachten en wat zij zagen als hun eigen opdracht in de wereld. Zeven trefwoorden van Jezus: Ik ben het Brood, het Licht, de Opstanding, de Wijnstok, de Weg, de Herder en de Poort. Zo was Híj en zo moeten wíj zijn. Het gaat erom dat wij ons in Zijn leven laat betrekken, dat wij luisteren naar zijn stem en Hem volgen. Daarvoor moeten wij stil worden en ons afstemmen op Hem die voor ons Zijn leven heeft gegeven. Wij zijn geroepen onze levensweg te gaan in navolging van Jezus Christus: als de Weg, de Waarheid en het Leven.
Zr. Margareth c.r.s.s. |
'Ik heb water zien stromen...'
Vaste kerkgangers weten dat in onze Priorij op zondagmorgen vóór de eucharistieviering de korte plechtigheid van het ‘Asperges me’ plaats-vindt. Het is een oud liturgisch gebruik waarbij de pastor de aanwezigen besprenkelt met het doopwater, terwijl de antifoon gezongen wordt:
‘Asperges me, Domine, hyssopo, et mundabor:
lavabis me, et super nivem dealbabor.’
Heer, sprenkel mij met hyssop, dat ik rein word:
was mij, dat ik witter word dan sneeuw.
Het is een gebruik dat al in de 8 e eeuw in de boeken vermeld wordt en vooral in de kloosters plaatsvond. Aanvankelijk werden niet alleen de kloosterlingen en het gelovige volk gezegend, maar het hele klooster!
Zo uitgebreid doen wij het niet meer. Maar wij vinden het een zinvol ritueel, om ons op zondag, de dag van de Verrijzenis van de Heer, met het doopwater te laten besprenkelen. Het is een hernieuwing van onze doop, het sacrament van de wedergeboorte in de Verrezen Heer. Verrijzenis en doop hebben veel met elkaar te maken. In de Paaswake wordt daarom het doopwater gewijd, vernieuwen alle gelovigen hun doopbeloften, en als het mogelijk is worden catechu- menen gedoopt. Onze doop is niet een eenmalige gebeurtenis, maar een dynamisch gebeuren. Door het ‘Asperges me’ vernieuwen wij iedere zondag onze doop en verrijzen wij in en met Christus. Daarom staat de communiteit tijdens het ‘Asperges me’ in het atrium rond de doopvont.
Daarnaast heeft het ‘Asperges me’ ook altijd de betekenis gehad van een bede om zuivering, reiniging voordat wij de heilige geheimen van de eucharistie gaan vieren. Het is dus een vorm van boeteritus, en het kan de plaats innemen van de schuldbelijdenis uit de eucharistie- viering.
vervolg....>>>> |
|
In de Paastijd (de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren) wordt het ‘Asperges me’ vervangen door het ‘Vidi aquam’:
‘Vidi aquam egredientum de templo, a latere dextro,
alleluia: et omnes ad quos pervenit aqua ista salvifacti sunt,
et dicent : alleluia, alleluia.’
Ik heb water zien stromen uit de tempel, aan de rechterzijde,
alleluia: en allen tot wie dit water is gekomen, zijn verlost
en zullen zeggen: Alleluia, alleluia. (Ez.47,1)
De tekst van deze antifoon is een combinatie van verschillende Schriftteksten. Eerst is er de tekst uit de profeet Ezechiel, die in 47,1 schrijft dat hij bij de ingang van de tempel, onder de drempel, water zag wellen. De stroom van water nam toe en werd steeds dieper. Het water bracht leven overal waar het stroomde. Vervolgens is er de tekst uit het evangelie van Johannes, waar een soldaat een lans steekt in de zijde van de gestorven (en verheven!) Jezus en meteen stroomde er water en bloed uit zijn zijde. (19,34). Tenslotte klinkt ook Openbaring 22,1 mee: Een engel toont aan Johannes de rivier met het water des levens, helder als kristal, dat ontspringt aan de troon van God en van het Lam. Aan de oever van deze rivier staat de boom van het leven, die elke maand vrucht draagt en zijn loof brengt de volken genezing.
Je kunt de teksten als het ware in elkaar schuiven. In het Oude Testament was de tempel de plaats van Gods aanwezigheid en de bron van het leven gevend water, in het evangelie is dat Jezus Christus. Zijn sterven en verrijzen is bron van leven voor allen die in Hem geloven. Het water dat uit de tempel stroomt en het water dat vloeit uit de zijde van de gestorven Jezus is als het doopwater, dat ons tot nieuw, tot eeuwig leven brengt. Het is water dat ons genezing brengt.
Na deze prachtige tekst gezongen te hebben, en besprenkelt te zijn met het doopwater, kunnen wij waardig de eucharistie vieren.
Zr. Mirjam c.r.s.s. |